De snelle groei van steden overal ter wereld zorgt voor toenemende bezorgdheid over de verhoudingen tussen verstedelijking, stadsdreigingen, de kwaliteit van de leefruimte en de menselijke gezondheid. Een gezonde omgeving is cruciaal voor een goede gezondheid. Studies op het gebied van milieu-epidemiologie laten geen twijfel bestaan over de directe impact van binnen- (1–4)en buitenvervuiling (5,6)op de gezondheid. In een gezonde en groene omgeving wonen wordt geassocieerd met een beter gezondheidsgevoel (7,8), een betere mentale gezondheid (9), een lager risico op hart- en vaatziekten en ademhalingsziekten en een lagere sterfte door aanverwante oorzaken (10). Dit kan te wijten zijn aan het lagere niveau van luchtvervuiling en lawaai, de uitgebreidere mogelijkheden voor lichaamsbeweging, de eenvoudigere sociale contacten en/of de snellere recuperatie bij vermoeidheid en stress.

 

Het GREEN & QUIET-project onderzoekt de sociale ongelijkheden in de gezondheidsgerelateerde gevolgen van de milieukenmerken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van en gefinancierd door Innoviris(het Brussels Instituut voor onderzoek en innovatie) en loopt over een periode van vier jaar, van 2018 tot en met 2021.

Meer informatie over het Green & Quiet Brussels-project

Tot op heden werd er weinig onderzoek gedaan naar het verband tussen de leefomgeving binnen- en buitenshuis en de gezondheid in België, laat staan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daarom willen we met het GREEN & QUIET-project de onderlinge verbanden tussen de binnen- en buitenomgeving, de sociale achtergrond en de gezondheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in kaart brengen. Het project onderzoekt daartoe de impact van diverse sociale-stratificatiefactoren – sociaaleconomische positie, migratieachtergrond, leeftijd en gender – op het verband tussen de kwaliteit van het milieu enerzijds en de gezondheid en mortaliteit anderzijds.

Milieukwaliteit verwijst naar de kenmerken van de leefomgeving binnen- en buitenshuis en wordt in dit project gemeten aan de hand van kenmerken van de woning (binnenomgeving) en kenmerken van groene ruimten, luchtvervuiling en geluidspollutie (buitenomgeving).

Methodologie

GREEN & QUIET zal gebruik maken van een gemengde methode en intersectionele aanpak, twee elementen die zelden worden toegepast in het domein van de milieu-epidemiologie. De intersectionaliteitstheorie heeft als doel meer inzicht te krijgen in de factoren van sociale stratificatie door te stellen dat meerdere marginalisaties, zoals die ervaren door migrantenvrouwen in lagere sociale klassen, elkaar wederzijds beïnvloeden en niet kunnen worden onderzocht met benaderingen die sociale klasse, migratie en sekse/gender afzonderlijk behandelen. Volgens Bauer GR (11): “zal intersectionaliteit het onderzoek naar de gezondheid bij specifieke populaties verrijken door de hogere validiteit en de extra aandacht voor de heterogeniteit van de effecten enerzijds en de causale processen die leiden tot gezondheidsongelijkheid anderzijds”.
GREEN & QUIET gaat er dus van uit dat leven in een vervuilde omgeving anders wordt ervaren door en verschillende gezondheidsimplicaties heeft voor mannen versus vrouwen, lager versus hoger opgeleiden, jongeren versus ouderen, alsook Marokkaanse en Turkse versus autochtone gemeenschappen. Dit is logisch omdat de leefomgeving wordt beïnvloed door culturele betekenissen en processen (11).

Onderzoeksvragen

De algemene doelstelling van GREEN & QUIET vertaalt zich in drie specifieke onderzoeksdoelstellingen:

  1. onderzoek doen naar de gezondheidseffecten van de leefomgeving binnen- en buitenshuis en naar de impact die cruciale factoren van sociale stratificatie – sociaaleconomische positie, migratieachtergrond, leeftijd en gender – uitoefenen op deze effecten (RQ1)
  2. de relatie tussen objectieve en subjectieve (perceptieve) indicatoren van de leefomgeving onderzoeken, rekening houdend met dezelfde sociale-stratificatiefactoren – sociaaleconomische positie, migratieachtergrond, leeftijd en gender (RQ2)
  3. de trajecten en mechanismen achter het verband tussen leefmilieu en gezondheid onderzoeken door middel van een kwalitatieve studie waarin diezelfde essentiële sociale-stratificatiefactoren – sociaaleconomische positie, migratieachtergrond, leeftijd en gender (RQ3) – opnieuw aan bod komen

Het GREEN & QUIET-project wil van ‘beschrijving’ naar ‘verklaring’ evolueren door dieper in te gaan op de trajecten en mechanismen achter de drievoudige associatie tussen milieufactoren, sociale-stratificatiefactoren en gezondheid/mortaliteit. De belangrijkste onderzoeksvraag wordt uitgekristalliseerd in drie subvragen. De eerste onderzoeksvraag gaat in op de relatie tussen indicatoren van de leefomgeving binnen- en buitenshuis en de gezondheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij de bevolking wordt gestratificeerd volgens sociaaleconomische positie, migratieachtergrond, gender en leeftijd. Deze sociale-stratificatiefactoren kunnen verschillen aan het licht brengen in de ervaring van, de blootstelling aan en impact van de leefomgeving op de gezondheid/mortaliteit. Ze kunnen dus de impact van de leefomgeving op de gezondheid en mortaliteit bepalen, zeker wanneer eenzelfde individu verschillende minder gunstige sociale posities verenigt, zoals de intersectionaliteitstheorie (12)ons leert. Om de onderliggende mechanismen achter de waargenomen patronen te identificeren, zal GREEN & QUIET een kwalitatieve analyse uitvoeren. Een belangrijke weg om de onderlinge relaties tussen sociale factoren, leefomgeving en gezondheid te doorgronden, heeft ongetwijfeld betrekking op de verschillende manieren waarop de binnen- en buitenomgeving door diverse sociale groepen worden gebruikt, ervaren en waargenomen.

 

Als tussenstap naar de kwalitatieve analyse zal de tweede onderzoeksvraag met een intersectionele benadering peilen naar het verband tussen de objectieve indicatoren van de leefomgeving binnen- en buitenshuis en de subjectieve (belevings)indicatoren van de omgeving (perceptie van groen in de buurt, luchtkwaliteit, lawaai, enz.). Deze kwantitatieve analyse zal laten zien hoe de percepties van de verschillende sociale groepen verschillen van de ‘objectieve realiteit’ gemeten aan de hand van objectieve indicatoren. Deze onderzoeksvraag vergelijkt dus de discrepantie tussen de objectieve realiteit en de percepties van deze realiteit bij mannen en vrouwen, verschillende leeftijdsgroepen, sociaaleconomische groepen en migrantengemeenschappen. Deze analyse moet worden beschouwd als een tussenstap naar de kwalitatieve analyse.

 

De derde onderzoeksvraag gaat na of verschillende sociale groepen afwijkende gebruiken, percepties en overtuigingen hebben met betrekking tot hun leefomgevingen gezondheid.Dit deel van het project zal een kwalitatieve onderzoeksstrategie hanteren, die bijzonder innovatief is op het gebied van milieu-epidemiologie. Kwantitatieve analyses zijn vaak minder geschikt om een duidelijk beeld te krijgen van de specifieke mechanismen die een bepaalde omgeving gezonder maken dan een andere. Kwalitatief onderzoek naar de waardering van mensen voor het openbaar groen en/of hun eigen leefomgeving is nuttiger om de precieze mechanismen en factoren aan het licht te brengen (13). Zeker vanuit intersectioneel oogpunt kunnen verschillen in perceptie en gebruik van de groene ruimte en de leefomgeving cruciale inzichten bieden. Bijvoorbeeld: gebruiken mensen van alle sociale achtergronden dezelfde kwaliteitsdefinities voor de ‘toegankelijkheid’, ‘uitrusting’ en ‘bruikbaarheid’ van groene ruimtes of verschillen dergelijke definities naargelang de sociale achtergrond? De weinige bestaande studies suggereren dat ten minste het gender en de migratieachtergrond invloed lijken te hebben op de opvattingen over bruikbaarheid en esthetiek (13).

1. Mendell MJ, Mirer AG, Cheung K, Tong M, Douwes J. Respiratory and allergic health effects of dampness, mold, and dampness-related agents: A review of the epidemiologic evidence. Environmental Health Perspectives. 2011.
2. Casas L, Tischer C, Täubel M. Pediatric Asthma and the Indoor Microbial Environment. Current environmental health reports. 2016.
3. Lin W, Brunekreef B, Gehring U. Meta-analysis of the effects of indoor nitrogen dioxide and gas cooking on asthma and wheeze in children. Int J Epidemiol. 2013;
4. Blamire L. Cox B, Martens E, Nemery B et al (2013).’Impact of a stepwise introduction of smoke-free legislation on the rate of preterm births: analysis of routinely collected birth data’. British Medical Journal. Pract Midwife. 2013;
5. Casas L, Simons K, Nawrot TS, Brasseur O, Declerck P, Buyl R, et al. Respiratory medication sales and urban air pollution in Brussels (2005 to 2011). Environ Int. 2016;
6. Foraster M, Eze IC, Vienneau D, Brink M, Cajochen C, Caviezel S, et al. Long-term transportation noise annoyance is associated with subsequent lower levels of physical activity. Environ Int. 2016;
7. de Jong K, Albin M, Skärbäck E, Grahn P, Björk J. Perceived green qualities were associated with neighborhood satisfaction, physical activity, and general health: Results from a cross-sectional study in suburban and rural Scania, southern Sweden. Health Place. 2012;
8. Bowler DE, Buyung-Ali LM, Knight TM, Pullin AS. A systematic review of evidence for the added benefits to health of exposure to natural environments. BMC Public Health. 2010;
9. Triguero-Mas M, Dadvand P, Cirach M, Martínez D, Medina A, Mompart A, et al. Natural outdoor environments and mental and physical health: Relationships and mechanisms. Environ Int. 2015;
10. Gascon M, Triguero-Mas M, Martínez D, Dadvand P, Rojas-Rueda D, Plasència A, et al. Residential green spaces and mortality: A systematic review. Environment International. 2016.
11. Bauer GR. Incorporating intersectionality theory into population health research methodology: Challenges and the potential to advance health equity. Soc Sci Med. 2014;
12. Viruell-Fuentes EA, Miranda PY, Abdulrahim S. More than culture: Structural racism, intersectionality theory, and immigrant health. Social Science and Medicine. 2012.
13. Carter M, Horwitz P. Beyond proximity: The importance of green space useability to self-reported health. Ecohealth. 2014;